Nederlands Deutsch Intranet Login

Zoönozen

Zoönozen treden steeds vaker op

Ziekten, die op een natuurlijke manier van dieren op de mens kunnen worden overgebracht - zogenaamde zoönozen - treden steeds vaker op. Vooral in regio’s met een hoge veedichtheid, zoals bijv. in de Duits-Nederlandse grensregio, vormen zoönozen een gevaar zowel voor de veestapels alsook voor de daarmee in aanraking komende persoonsgroepen. Aan deze thematiek zal binnen het project bijzondere aandacht worden besteed, omdat alleen door een grensoverschrijdende aanpak van de bestrijding snel een succes kan worden behaald. Volgens recentelijke verklaringen van haar vicevoorzitter gaat de internationale Food and Agriculture Organization (FAO) ervan uit, dat rond de 70 procent van door infecties veroorzaakte ziekten bij mensen aan zoönozen zijn toe te schrijven.

Tot de belangrijke zoönozen behoren bijvoorbeeld salmonella-infecties, die vooral voor kleuters en oudere mensen gevaarlijk zijn. Diarree, koorts, hoofdpijn en braken zijn bekende symptomen voor 166.000 inwoners van de Europese Unie, die in het afgelopen jaar aan een salmonellose hebben geleden. Salmonella’s kunnen in een hele reeks van levensmiddelen voorkomen, bijvoorbeeld in verse eieren, gevogelte, varkens- en rundvlees, andere vleesproducten en zuivel. De salmonella is slechts een van de vele zoönozeverwekkers; de op één na het meest voorkomende veroorzaker, de campylobacter, was 2008 verantwoordelijk voor nog eens meer dan 100.000 geregistreerde ziektegevallen, die binnen de EU door levensmiddelen werden veroorzaakt.

Deze cijfers moeten echter met enige voorzichtigheid worden uitgelegd, omdat vele ziektegevallen vermoedelijk niet worden gemeld, aangezien de betrokkenen niet naar de dokter gaan, er geen laboratoriumonderzoek wordt gedaan of de diagnoses niet centraal worden geregistreerd.

Een verminderde gevoeligheid van bepaalde salmonellastammen voor antibiotica kan ertoe leiden, dat niet alleen de duur van klinische aandoeningen langer wordt, maar ook dat er vaker nawerkingen zijn of dat het aantal sterfgevallen toeneemt.

Bovendien zijn de ziekteverwekkers uit de groep van de staphylococcus aureus van bijzondere betekenis, omdat deze reeds resistent zijn tegen belangrijke antibiotica (zogenaamde MRSA-stammen) en daardoor op grond van de slechte therapiemogelijkheden een gevaar vormen voor mens en dier in de betreffende regio.