Nederlands Deutsch Intranet Login

AP 2.4

Vliegen als overbrengers van gevaarlijke ziektes lange tijd onderschat

Juist in de zomer zijn vliegen talrijk. Dat zij niet alleen lastige kleine plaaggeesten zijn, maar bovendien gevaarlijke ziektes kunnen overbrengen, blijkt uit een studie, die in het kader van het door GIQS e.V. gecoördineerde INTERREG IV A project SafeGuard werd uitgevoerd.    

Het belangrijkste doel hiervan was om het voorkomen en de manier van overbrenging van bacteriële ziekteverwekkers (bijvoorbeeld Campylobacter sp.) of van parasieten (Cryptosporidium-soorten) vast te stellen, die allemaal ernstige darmontstekingen of gevaarlijke diarree kunnen veroorzaken. Hiervoor hebben de onderzoekers vliegen gevangen in de buurt van recreatiegebieden bij grote steden, zwemplassen (in c.q. in de buurt van Düsseldorf en Duisburg), op hondeuitlaatplekken in de buurt van stallen enz. en hebben zij de poten, zuigspriet en darminhoud onderzocht op de aanwezigheid van ziekteverwekkers (bacteriën, parasieten). Ook vogeluitwerpselen werden bij dit onderzoek onderzocht. Het onderzoek werd uitgevoerd door werkgroepen onder leiding van Prof. Dr. Klaus Pfeffer (instituut voor medische microbiologie en ziekenhuishygiëne) en Prof. Dr. Heinz Mehlhorn (parasitologie) (beiden werkzaam aan de Heinrich Heine Universiteit Düsseldorf). Zij ontwikkelden een monitoring, waarmee de verspreiding van ziekteverwekkers bij mensen en dieren in dichtbevolkte gebieden kan worden vastgesteld en tegengegaan.

De onderzoekers kwamen tot enkele zeer verrassende bevindingen. De bacteriën van de Campylobacter-groep werden weliswaar minder vaak aangetroffen dan aanvankelijk vermoed, maar omdat de studie gericht was op een breed spectrum van micro-organismen kon een hele reeks van net zo gevaarlijke kiemen worden geïdentificeerd. Zo werden behalve enkele schimmels in bijna de helft van de monsters van vogeluitwerpselen c.q. vliegenmonsters EPEC (enteropathogene E. coli)  aangetroffen, die met name bij kinderen diarree kunnen veroorzaken. Bovendien nog een heel scala van andere bacteriën.

De in 2011 o.a. in Duitsland en Nederland als epidemie voorgekomen EHEC (enterohemorrhagische E.coli)  werd eveneens in enkele monsters aangetroffen. Omdat deze constatering al enige tijd voor de uitbraak was gedaan, kon echter niet meer met zekerheid worden achterhaald of het hier dezelfde stam betrof.               

Ook een hele reeks van parasietenstadia werd zowel in de vogeluitwerpselen alsook in de vliegen gevonden. Daaronder vaak Cryptosporidia en de eitjes van spoelwormen, die allemaal darmontstekingen en diarree kunnen veroorzaken.

Ter identificatie van de kiemen zijn deels zeer arbeidsintensieve moleculair biologische methoden vereist. De onderzoekers onderzoeken bovendien of in de bacteriën van de gevangen vliegen factoren kunnen worden aangetoond, die kunnen bijdragen tot resistentie tegen antibiotica (extended spectrum beta lactamases), hetgeen met name bij zeer pathogene ziekteverwekkers fataal zou zijn.

De al beschikbare resultaten zijn zorgwekkend, vooral omdat de mens veel vaker in contact komt met vliegen en vogeluitwerpselen dan men denkt. Bij volwassenen leidt dit contact bij de juiste hygiëne slechts relatief zelden tot een besmetting. Bij oudere mensen en kinderen, maar ook bij mensen met een verzwakt immuunsysteem bestaat echter een verhoogd risico. Zo kunnen vliegen en vogels gemakkelijk dragers worden van ziektes en uiteindelijk resistentie tegen antibiotica veroorzaken.

De controle van de vliegenpopulaties dient daarom in mestbedrijven en in andere levensmiddelverwerkende bedrijven maar ook in restaurants, schoolkeukens, bejaardenhuizen, magazijnen enz. steeds met de grootste zorgvuldigheid te gebeuren. Ook eisen de onderzoekers dat afval van levensmiddelen zo wordt opgeslagen dat vliegen geen toegang hiertoe hebben en dat uitwerpselen ongeacht van welke soort in de buurt van scholen, tehuizen, kinderopvangplaatsen, restaurants enz. zo snel mogelijk wordt verwijderd, omdat deze uitwerpselen ideale broedplaatsen vormen voor vliegen. Hierbij ontstaat bij warm weer in enkele dagen uit één gram uitwerpselen bijna één gram vliegenmaden – eigenlijk dus een vrijwel perfecte voedselrecycling.

« Back to list