Nederlands Deutsch Intranet Login

Analysemethode

Het aantonen van dioxine wordt door biotestmethode eenvoudiger

Verschuiving in de analysemethoden opent nieuwe mogelijkheden

Het jongste dioxineschandaal heeft de roep naar nog meer controles weer
doen oplaaien. De nu gebruikte fysisch - chemische methoden konden om tijd - en prijstechnische redenen niet voor alle ladingen van levensmiddelen en diervoeders worden doorgevoerd.

In het kader van het SafeGuard-project, dat wordt gecoördineerd door het researchnetwerk GIQS aan de universiteit van Bonn, probeert een werkgroep de biotestmethode zo te optimaliseren, dat hiervan onder normale omstandigheden voor de controle van levensmiddelen en diervoeders gebruik kan worden gemaakt.

Hoe werken deze tests?
Bij de klassieke fysisch-chemische methode worden de monsters in het laboratorium op een bepaald bestanddeel onderzocht, waarbij het er dus om gaat dat de aanwezigheid van één bepaalde stof wordt aangetoond. Bij de methode met bioassays onderzoekt de onderzoeker het effect, dat een monster op cellen uitoefent. Nu kan het bijvoorbeeld zo zijn, dat een
voermonster belast is met dioxinen, furanen, pcb’s of andere schadelijke stoffen. Voor al deze schadelijke stoffen geldt, dat ze niet in levensmiddelen en diervoeders zouden moeten en mogen voorkomen en dat ze giftig en meestal ook kankerverwekkend zijn.

Bij deze testmethode worden speciale celculturen, de zogenaamde bioassays, aan vloeibaar gemaakte voermonsters blootgesteld. In de cellen, die van nature in groten getale getal de zogenaamde Ah-receptor bevatten, verandert bij contact met dioxinen en vergelijkbare substanties de activiteit van meerdere genen. De verhoogde vorming van een bepaald ontgiftingsenzym kan dan relatief simpel worden gemeten. Om welke voor het milieu schadelijke stof het uiteindelijk gaat, blijkt dan uit de gedetailleerde fysisch-chemische analyse.

Bioassays hebben binnen het milieuonderzoek al een vaste voet weten te krijgen. Op basis van de succesvol afgesloten voorbereidende ringanalyses proberen de onderzoekers op dit ogenblik de methode te laten opnemen in § 64 van het Duitse wetboek aangaande levensmiddelen en diervoeders, een verzameling van alle wettelijk toegestane testmethoden.

Met deze methode zouden de monsters sneller en goedkoper en vooral in grotere aantallen kunnen worden verwerkt. Omdat deze biotestmethoden inmiddels volgens DIN en ISO-norm zijn gestandaardiseerd en voldoen aan de kwaliteitscriteria van de EU, zijn het niet alleen de onderzoekers in het SafeGuard-project die grote hoop koesteren in de effectgerelateerde
analysemethoden met behulp van bioassays.

« Back to list